Toto Wolff heeft dreigend bericht voor McLaren, Williams en Alpine

| door R. Willems

In de Formule 1 zijn er in 2026 vijf motorfabrikanten actief: Mercedes, Ferrari, Audi, Honda en Red Bull Powertrains. Van deze leveranciers is er één overduidelijk het drukst: Mercedes. Het team van Toto Wolff levert namelijk aan vier teams krachtbronnen, wat veel meer is dan iedere andere fabrikant.

Honda levert namelijk exclusief aan Aston Martin, terwijl Audi uiteraard het F1-team van Audi aandrijft. Red Bull Powertrains voorziet de Red Bull-teams van motoren [Red Bull Racing en Racing Bulls], terwijl Ferrari het eigen team en nieuwkomer Cadillac motoren levert in 2026. Maar laatstgenoemde zal in 2029 overstappen naar motoren van GM - het moederbedrijf van Cadillac.

Het betekent dat iedere motorleverancier maximaal twee teams bevoorraadt - behalve bij Mercedes... De Duitse renstal heeft in 2026 vier teams waar het aan moet leveren. Uiteraard worden de auto's van George Russell en Kimi Antonelli aangedreven door Mercedes-motoren, maar daarnaast worden ook McLaren, Williams en Alpine voorzien van motoren uit de HPP-fabriek [Mercedes High Performance Powertrains].

Maar hier komt in de toekomst verandering in. In 2030 komt er een nieuw motorenreglement en het lijkt erop dat Mercedes vanaf dan minder krachtbronnen wil gaan leveren aan andere teams. McLaren, Williams of Alpine - die vorig jaar afscheid hebben genomen van de Renault-motoren - moet dan op zoek gaan naar een nieuwe leverancier. Dat bericht heeft Wolff voor zijn klantenteams.

"Onze huidige denkwijze is dat wij in de volgende cyclus aan minder teams gaan leveren", zo zei de Oostenrijker onlangs in de Beyond the Grid-podcast van de Formule 1. "Twee of drie is waarschijnlijk het optimale. Het hangt echter wel af van de reglementen die eraan zitten te komen. Worden die wel of niet simpel? En wat denken we te gaan leren door meer teams te voorzien, terwijl we sommige ontwerpen tegelijkertijd eerder moeten vastleggen."

Lees ook

Keerzijdes

Er zitten voordelen én nadelen aan het leveren van zoveel motoren. Het grootste pluspunt is dat de ontwikkeling van de motor sneller kan gaan doordat er meerdere teams zijn die feedback geven. Hierdoor kan het optimalisatieproces versneld worden. De keerzijde is echter dat er veel hardware geproduceerd moet worden. Daardoor moeten sommige beslissingen eerder genomen worden, wat in de Formule 1 grote gevolgen met zich mee kan brengen.

Ook is het verschepen een grote factor, zo gaat Wolff verder. "Wij moeten zestien motoren naar Melbourne brengen. Dat betekent ook langere levertijden en langere productietijden. Als je Honda bent, dan moet je er vier of vijf klaar hebben. Alles overwegend gaat het in de toekomst waarschijnlijk niet meer over vier teams."

Lees het artikel op de mobiele website

Net binnen

Bekijk meer artikelen