De gifbeker bij Aston Martin is nog niet leeg. Sterker nog, het pijnlijkste moet nog komen, zo vreest Mike Krack, Chief Trackside Engineer bij het worstelende team uit Silverstone. De lay-out van Circuit de Spa-Francorchamps gaat voor serieuze problemen zorgen, zo wordt er van tevoren ingeschat.
Nog héél even moeten Fernando Alonso en Lance Stroll wachten voordat hun AMR26 eindelijk dragelijk wordt om mee te rijden. In Hongarije en Nederland worden upgrades vanuit de fabriek in Silverstone en motorleverancier Honda verwacht, maar tot die tijd is het nog even doorbijten.
En de laatste loodjes zijn het zwaarst, zo blijkt ook voor Adrian Newey en consorten. Er wordt namelijk gevreesd dat de AMR26 uitzonderlijk slecht zal presteren op Spa, wegens de lay-out van het circuit. Door de grote lengte met weinig remzones die de batterij kunnen opladen, heerst de verwachting dat de rondetijden historisch slecht zullen zijn. Die angst sprak Stroll al uit voorafgaand aan het raceweekend, volgens hem is Spa 'het ergste circuit van het jaar'.
In een gesprek met de media reageert Krack op de zorgen van Stroll. De engineer kan zich vinden in de woorden van de Canadees.
"Ja, ik denk dat we weten hoe gevoelig dit circuit reageert op de verschillende parameters van de auto, en ik ben het wel eens met Lance", zei hij.
"Het is niet alleen de lengte van de ronde waar we last van zullen hebben, maar ook het karakter ervan. Dus ik denk dat we daar rekening mee kunnen houden."
"Dit circuit is behoorlijk lastig in vergelijking met Silverstone", gaf Shintaro Orihara, Honda’s algemeen manager en hoofdingenieur ter plaatse, toe.
"We hebben lange rechte stukken, en het is behoorlijk lastig wat betreft de verdeling van het MGU-K-vermogen... We hebben dus wat gegevens verzameld, maar we moeten nog uitzoeken wat de beste strategie is om de lange rechte stukken volledig te benutten."
"Als we de MGU-K aan het begin van het rechte stuk inzetten, verliezen we tegen het einde ervan veel snelheid, dus we moeten goed overwegen waar we hem moeten inzetten", zo sluit Orihara af, die voorziet dat meerdere teams strategisch met hun energie om zullen moeten gaan.
Lees het artikel op de mobiele website