Fernando Alonso is de reglementen van 2026 helemaal zat. De Spanjaard, die in de langzaamste auto van het veld rijdt, vindt dat de coureurs helemaal niet meer getest worden, omdat de auto een veel te dominante factor is.
Het was een opvallend beeld, zo halverwege de sprint. Lewis Hamilton probeerde zijn eerste plek te verdedigen, maar Kimi Antonelli kwam plotseling met zevenmijlslaarzen dichterbij. Uiteindelijk wist de Italiaan met een snelheidsverschil van maar liefst 40 km/u zijn voorganger bij Mercedes te passeren.
En dit verschil ontstond niet door Antonelli's kunsten achter het stuur, maar door het feit dat de Italiaan simpelweg meer batterijlading had, omdat hij binnen een seconde van zijn concurrent reed. Hierdoor kon hij de Ferrari voorbij vliegen.
Volgens Alonso heeft dit niks meer met de Formule 1 te maken. Net als Max Verstappen is de Spanjaard een groot tegenstander van de regels die in 2026 hun doorgang hebben gevonden.
“Ik heb een stukje van de race gezien, en een stukje van de Sprint, en ik zag dat mensen halverwege het rechte stuk anderen inhaalden omdat ze meer batterijvermogen hadden”, zei Alonso na de race.
“Er is dus geen inbreng van de coureur nodig, noch coureurstalent, om de auto voor je in te halen.”
“Je hoeft niemand bij het remmen te verslaan, je hoeft niet aan de buitenkant in te halen, je hoeft geen enkel risico te nemen. Je hoeft alleen maar op één knop te drukken, en je haalt in als je een betere krachtbron hebt.”
Gelukkig voor Alonso en Verstappen wordt er volgend jaar gereden onder betere omstandigheden. De Formule 1-bolides hebben in 2027 een krachtbronverhouding van 57-43 in het voordeel van de verbrandingsmotor en het jaar erop is dit 60-40. Hierdoor moeten momenten zoals dit aanzienlijk verminderd worden. In 2031 wordt er geracet met V8-motoren, maar gezien Alonso's leeftijd is het de vraag of hij dan nog in een F1-auto te vinden is. De Spanjaard wordt eind deze maand 45.
Lees het artikel op de mobiele website