Viervoudig wereldkampioen Max Verstappen won drie van zijn vier titels in het ground effect-tijdperk (2022-2025). Hoewel de afgelopen paar seizoenen dus uiterst succesvol waren voor de Limburger, gaat hij de auto's van de afgelopen paar jaar absoluut niet missen.
Omdat de ground effect-auto's zo dicht mogelijk bij de grond moesten rijden om neerwaartse druk - en dus snelheid - te vinden, hadden veel teams in het begin (en ook tegen het einde van de reglementencyclus) last van een fenomeen genaamd 'porpoising'. Daarbij stuiterden de auto's op en neer op het rechte stuk naarmate de snelheid toenam.
Dit werd veroorzaakt doordat de auto's dermate hard naar de grond werden gezogen dat de vloer van de auto weer omhoog sprong nadat er contact was gemaakt met het asfalt, waarna het riedeltje zich steeds weer herhaalde totdat de snelheid afnam, bijvoorbeeld in de bochtige gedeeltes van een circuit.
Hoewel het probleem na een ingreep van de FIA enigszins werd verholpen, keerde het fenomeen aan het einde van afgelopen seizoen terug bij enkele teams. In de Talking Bull-podcast laat Verstappen weten dat hij lichamelijke hinder ondervond tijdens en na het rijden in de bolide van afgelopen seizoen, de RB21.
"De stijfheid van de auto's. Je moest ze natuurlijk heel laag bij de grond rijden, en dat was behoorlijk zwaar voor onze ruggen. In bochten was dat gemiddeld 5,5 G, maar op sommige circuits, omdat het een beetje hobbelig was of wat dan ook, en de auto zo laag bij de grond lag, raakte je zo agressief de grond dat ik in Austin bijvoorbeeld een verticale belasting van 9 G had", vertelde Verstappen.
"Dat is echt niet prettig voor je ruggengraat en je nek. Alles was altijd geblokkeerd. En we hebben ervoor getraind, en ik weet dat het bij het racen hoort, maar voor mij is het een beetje te extreem", aldus Verstappen.
Lees het artikel op de mobiele website