Voormalig Formule 1-ingenieur Rob Smedley, die jarenlang werkzaam is geweest bij Ferrari en Williams, heeft zich uitgesproken over het aankomende F1-seizoen. In de 2026 zijn de kaarten opnieuw geschud in de koningsklasse van de autosport en is het één groot vraagteken welk team er bovenaan de tijdenlijst komt te staan.
De afgelopen jaren wisten we wel welke teams er vooraan mee zouden strijden. Vooral McLaren en Red Bull Racing hebben de dienst uitgemaakt in het grondeffect-tijdperk, terwijl Mercedes in de jaren daarvoor dominant was in de Formule 1. Maar nu is het niet duidelijk wie er goed voor de dag gaat komen en wie niet - behalve bij Aston Martin, waar men inmiddels al wél weet dat het één groot drama is.
Vooraan het veld is daar echter wat meer onzekerheid over, waarbij we vooral over Red Bull Racing nog weinig weten. De ene analist zet het team van Max Verstappen op de tweede plaats, terwijl anderen ze zien als het vierde beste team. Maar volgens Rob Smedley, voormalig F1-ingenieur en inmiddels werkzaam voor de Formule 1 Group, is de kans zelfs aanwezig dat Red Bull het beste team van het veld wordt. Dat idee heeft hij gekregen na de testweken in Bahrein.
"Tijdens de test in Bahrein zagen we – we zagen het al een beetje in Barcelona en daarna nog meer tijdens de test in Bahrein – een duidelijke groep aan de leiding ontstaan. Mercedes ziet er zeker erg sterk uit aan het begin van het seizoen. Red Bull ziet er ook erg sterk uit – ze staan op hetzelfde niveau en hebben waarschijnlijk een voorsprong op het gebied van racetempo", zo geeft Smedley aan bij MotorsportWeek.
En ook McLaren en Ferrari zijn nog niet uit te sluiten voor de strijd om het kampioenschap, meent de Brit. Hij denkt dat Ferrari zelfs nog iets competitiever zal zijn dan McLaren aan de start van het nieuwe F1-tijdperk.
"Ferrari heeft geweldig werk geleverd, het is erg leuk om een aantal innovaties aan die auto te zien. Ik denk dat Ferrari erbij zal zijn", zo ging Smedley verder. "McLaren lag tijdens de tests waarschijnlijk net iets achter op de top drie, maar niet ver weg. Ze doen nog steeds mee en het is ook goed om het middenveld te zien, dat een beetje door elkaar geschud is en mogelijk – laten we afwachten in Australië – ook naar de top vier opschuift."
Lees het artikel op de mobiele website