Gianpiero Lambiase, de race-engineer van Max Verstappen, kijkt met trots terug op de testdagen in Bahrein en Barcelona. Vooral de betrouwbaarheid van de zelfontwikkelde motor zorgt voor veel tevredenheid.
Voorafgaand aan de testdagen waren er onzekere geluiden te horen vanuit het Red Bull-kamp. De Oostenrijkers hebben voor het eerst een eigen motor gebouwd en de geschiedenis leert dat met deze overbruggingsperiode vaak tegenvallende sportieve resultaten gepaard gaan.
Daarvan lijkt momenteel echter geen sprake bij Red Bull Racing en Racing Bulls. De DM-01, zoals de zelfontwikkelde krachtbron heet, houdt zich goed staande en dat zorgt voor warme gevoelens bij GP, die ook aangeeft dat er nog wel wat moet gebeuren om die laatste stap richting de concurrenten te zetten.
"Ik denk dat we over het algemeen erg tevreden en trots kunnen zijn op wat het team heeft bereikt om uiteindelijk de nieuwe aandrijflijn in de auto te krijgen en zoveel kilometers succesvol te kunnen afleggen als we hebben gedaan. Er is dus genoeg om naar te kijken. We hebben niet veel tijd meer voordat we naar Australië vertrekken."
"We hebben de coureurs zoveel mogelijk tijd in de auto's gegeven. Ze voelen zich redelijk op hun gemak. Dus ja, we kijken vol spanning uit naar Melbourne, maar er is nog veel werk te doen", aldus Lambiase.
Vanuit Verstappen klinken vergelijkbare woorden. Ook hij vindt dat er nog werk aan de winkel is voordat de F1-karavaan naar Australië vertrekt.
"Ik denk dat we ons zo goed mogelijk hebben voorbereid op de tests in Bahrein en dat het team uitstekend werk heeft geleverd om te komen waar we nu zijn", vertelde de Nederlander.
"Het is natuurlijk vrij duidelijk dat we nog heel wat werk voor de boeg hebben om sneller te worden, dus daar gaan we aan werken. Laten we eens kijken wat we in Melbourne kunnen bereiken: het zal geweldig zijn om weer te racen, maar we moeten nog steeds hard werken."
Lees het artikel op de mobiele website