Sergio Pérez is van mening dat het budgetplafond averechts werkt voor kleine teams. De Mexicaan, die een moeizaam seizoen doormaakt bij Cadillac, legt uit dat grotere teams beter met de regel om kunnen gaan omdat zij efficiënter werken.
Het budgetplafond werd in 2021 ingevoerd door de FIA. Het doel van was om de uitgavenverschillen tussen teams te verkleinen, wat de competitie evenwichtiger moest maken.
Maar de kleinere teams zijn nog altijd niet tevreden. Volgende maand wordt er gestemd over een voorstel van Williams-teambaas James Vowles, die hoopt dat het budgetplafond hoger wordt voor teams die lager zijn geëindigd in het kampioenschap. Op die manier kunnen de teams die de grootste achterstand hebben, meer ondernemen om in de buurt te komen van de top.
Vowles meent dat kleinere teams in de val zitten. Zij hebben vaak ouder materiaal en dus werken zij niet zo geoptimaliseerd als de topteams. Het upgraden van dit materiaal valt ook onder het budgetplafond, waardoor er minder geld naar de ontwikkeling van de auto kan gaan.
Het is een probleem dat Pérez nu ook heeft aangekaart. De FIA krijgt van de Mexicaan te horen dat het budgetplafond op dit moment oneerlijk is voor kleinere teams.
"Nee", begint Pérez wanneer hem gevraagd wordt of Cadillac nog upgrades gepland heeft.
"We zijn natuurlijk een nieuw team en een klein team. Ik denk dat het kostenplafond tegenwoordig veel oneerlijker is voor kleinere teams, want toen ik bijvoorbeeld bij Red Bull zat, brachten we vrijwel elk weekend upgrades mee."
"Je hoorde nooit iets over het kostenplafond. Het draaide allemaal om prestaties: alles inzetten en alles geven wat je kon. Maar bij kleinere teams, die niet zo efficiënt zijn en hun werkwijze niet zo duidelijk hebben, geef je uiteindelijk veel meer geld uit dan nodig is."
"Dus eigenlijk zorgt het kostenplafond, in plaats van de verschillen tussen de teams te verkleinen, juist voor die enorme kloof die we momenteel op de startgrid zien."
Lees het artikel op de mobiele website