In beeld: de enorme voorsprong van Red Bull Powertrains op de rest van het veld

| door R. Willems

Red Bull Powertrains heeft een enorme voorsprong op de rest van het veld. Althans, dat maakte Mercedes-baas Toto Wolff de F1-wereld wijs tijdens de eerste testdag in Bahrein. Op de dag dat er achter de schermen duidelijkheid leek te komen over de legaliteit van de Mercedes-krachtbron, legde de Oostenrijker de aandacht ineens op de Red Bull-motor.

En niet zonder reden, wordt nu duidelijk. De Red Bull Powertrains-motor liep ook ongelooflijk hard tijdens die eerste testdag in Bahrein. Beide teams die gebruik maken van de nieuwe motor uit Milton Keynes - Red Bul Racing en Racing Bulls - eindigden op plek één en twee op de lijst met hoogste topsnelheid op het Bahrain International Circuit. En vooral het verschil tussen Verstappen en de coureur die geen gebruik maakten van de Red Bull-motor was aanzienlijk.

Lees ook

Topsnelheden

Tijdens de eerste testdag lag de topsnelheid van Max Verstappen in de Red Bull RB22 op 344 km/u. Dat is 19 km/u harder dan Alex Albon in 2025 in de eerste testdag in Bahrein wist te behalen. Het is ook 5 km/u sneller dan Arvid Lindblad neerzette, die ook gebruik maakte van de Red Bull Powertrains-motor.

Daarna volgt er lange tijd niks, waarna George Russell zichzelf toont, met een topsnelheid van 332 km/u. Veel andere coureurs zaten hierbij in de buurt: Ocon, Hamilton, Norris, Leclerc en Piastri zaten allemaal rond dit punt - en dus ook allemaal 14 km/u langzamer dan Verstappen op het lange rechte stuk.

In het middenveld waren Carlos Sainz en Kimi Antonelli [329 km/u], Alex Albon [324 km/u], Nico Hülkenberg [323 km/u] en Gabriel Bortoleto [319 km/u] te vinden. Zij konden allemaal bij lange na niet in de buurt komen van de topsnelheid van Verstappen.

Maar by far de langzaamste motor zat in de Aston Martin AMR26 van Lance Stroll. De Canadees kon niet harder dan 303 km/u rijden, waarna zijn middag ook nog eens vroegtijdig werd stilgelegd, omdat er een probleem met de Honda-motor bleek te zijn.

Lees het artikel op de mobiele website

Net binnen

Bekijk meer artikelen