De Formule 1 keert uiterlijk 2031 weer terug naar de V8-motoren. Na jarenlange focus op groene innovatie in de koningsklasse wordt er nu een stap teruggedaan. Veel coureurs en fans zijn blij met de terugkeer, maar dat geldt niet voor Juan Pablo Montoya.
Formule 1-bolides waren van 2006 tot en met 2013 uitgerust met een V8-motor, waarop deze in 2014 vervangen werden door V6-hybridemotoren. Een verlies voor de sport, zo vonden velen. De gillende krachtbronnen maakten een belangrijk deel uit van de kern van de koningsklasse en dat verdween met de komst van het hybridetijdperk.
Ondertussen bestaat een Formule 1-krachtbron voor bijna de helft uit een elektromotor, maar daar gaat verandering in komen. Mohammed Ben Sulayem, de president van de FIA, heeft aangekondigd dat de F1 terug zal keren naar V8-motoren en dat elektrische aandrijving minimaal zal zijn in het tijdperk wat hierna gaat komen.
Voor veel liefhebbers klinkt dit als muziek in de oren, maar Montoya is kritisch. Volgens hem was de Formule 1 in zijn tijd (toen er met V10-motoren gereden werd), een stuk saaier dan tegenwoordig en dus denkt de Colombiaan dat de fans geblindeerd zijn door het nostalgische geluid van de bolides uit die tijd.
“Mensen zeggen: ‘O, je tijd was zo goed’, en dan zeg ik: ‘Kijk maar eens naar een race, het is zo saai’. Zelfs voor ons. Het voelde soms als een korte testsessie", zo deelt Montoya in de Chequered Flag-podcast van de BBC.
Lees ook
Andrea Stella spreekt Lewis Hamilton fel tegen na bewering over McLaren-upgrades
Zak Brown zet deur op een kier voor Max Verstappen
Blij met vertrek DRS
Montoya laat zich ook uit over het DRS-systeem, dat sinds dit jaar niet meer deel uitmaakt van de Formule 1. De Colombiaan was nooit een fan.
“Voor mij was DRS echt onzin", gaat de oud-coureur verder, waarop hij zich ook positief uitspreekt over het hedendaagse yoyo-racen. "Ik vind het echt geweldig. Want als je ziet dat iemand je gaat inhalen, kun je eerder overschakelen naar de oplaadmodus, waardoor je net iets meer energie overhoudt voor het volgende rechte stuk en je je een weg naar voren kunt vechten."
“Met de DRS had ik altijd het gevoel dat je een makkelijke prooi was. Het is een seconde verschil. Een seconde verschil is een behoorlijke kloof, of negen tienden. En dan aan het einde van het rechte stuk schiet die vent langs je, en roepen ze: ‘Wat een inhaalmanoeuvre!’ En dan zeg ik: ‘Hoezo, wat een inhaalmanoeuvre? Hij heeft niets gedaan. Hij zat daar gewoon.’”
Plaats reactie
0 reacties
Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.
Bekijk alle reacties